Lees dit ff…

Dit is Cuba

Inleiding

De afgelopen 15 jaar woon ik in de winter op Cuba en dit land is raar. Gewoon raar. Niets in ons referentiekader past op Cuba. Wij Westerlingen zitten er altijd naast. Altijd.

Het is een parallel universum dat in naam socialistisch is en waar alles om poen en pret draait. Het is een land met vele gezichten en onverklaarbare opvattingen.

Socialisme is voor de tropen gemaakt en Cuba bewijst dat.

 

60 jaar geleden zat de hele Westerse wereld op de kapitalistische snelweg van innovatie, efficiency, meer, beter, goedkoper en sneller. Toen sloeg Cuba linksaf en wij zijn steeds sneller rechtdoor geraasd. De afslag naar links die Cuba maakte zag er prima uit maar langzaam maar zeker kwamen ze tot stilstand. Wij innoveerden maar door en dat ging steeds sneller (het tempo van de jaren 10 is echt anders dan die van de 60’s van de vorige eeuw. De wereld die wij als normaal ervaren is lichtjaren verwijderd van de wereld die Cuba heet.

 

Naast dat ze linksaf sloegen hebben de Cubanen nog iets gedaan dat maakt dat wij het niet snappen. Het communistische systeem heeft een totaal ander fundament voor gedrag dan het onze. De Cubanen hebben zich aangepast aan het systeem en gingen ondergronds met alles wat niet in de officiële gedragsregels past. De tijd is alleen gestopt op Cuba qua vooruitgang, de mentaliteit is enorm veranderd. Hierdoor begrijpen wij helemaal niets van de Cubaanse logica. Cuba begint in onze ogen waar logisch denken stopt. Dat is leuk een geeft aanleiding tot hilarische verhalen en situaties.

 

Voor mensen die naar Cuba reizen heb ik een soort alternatieve reisgids geschreven die je hier kunt kopen. In eerste instantie was dat om niet steeds dezelfde dingen uit te hoeven leggen aan vrienden, vrienden van vrienden en kennissen van kennissen en om ze te helpen Cuba leuker te maken. Deze pagina is een soort aanvulling daarop. Het schetst sfeerbeelden doormiddel van echt gebeurde verhalen. Alles is echt gebeurd en het is mij gebeurd. Er staat in dit hele boekje niets van horen zeggen, niets hypothetisch noch verzonnen. Er is geen enkel broodje aap bij.

 

Laat me beginnen met het korstte verhaal:

 

‘Ober, vier koffie.’

‘Dat kan niet meneer, we hebben slechts 3 kopjes.’

 

In dezelfde categorie valt:

 

‘Ober, water graag.’

‘Met bubbels of zonder?’

‘Zonder graag.’

‘Dat hebben we niet.’

‘Doe dan maar met.’

‘Dat hebben we ook niet.’

 

Of:

 

‘We wachten nu al 15 minuten op onze koffie.’

‘Dat komt omdat die mensen aan dat tafeltje onze koffiekopjes in gebruik hebben.’

 

Vanuit ons perspectief zijn dit absurdistische dialogen. Vanuit Cubaans perspectief volkomen logisch!

 

Genoeg Horeca. Laten we het echte leven induiken met het kopen van een paar schoenen:

Schoenen

 

Ik heb voor mijn vertrek in Nederland een paar veel te dure schoenen gekocht. Ze lopen geweldig maar waren zelfs met 60% korting in de uitverkoop nog steeds 100 €! Ik heb absoluut geen spijt van deze aankoop want echt hele fijne en nog mooie schoenen ook.

‘Hola Tino, ik heb iets voor je!’ roept een meisje met een winkeltje waarin ze allerlei snuisterijen verkoopt en ze wenkt me. Nieuwsgierig ga ik naar haar en haar winkeltje toe. ‘Die schoenen die je gisteren droeg, die heb ik in een andere kleur’ fluistert ze terwijl ze onder de tafel duikt en inderdaad ‘mijn’ schoenen tevoorschijn tovert. (Ze fluistert omdat ze geen geïmporteerde dingen mag verkopen volgens haar ‘middenstandsvergunning’).

Precies dezelfde schoenen alleen in het bruin. Mijn maat ook nog! Blij als ik ben met mijn schoenen vraag ik hoeveel ze ervoor wil hebben. 35 CUC (op dat moment 31 €). ‘Deal!’

Uiteraard wil ik het verhaal achter de schoenen weten. Een vriend van haar heeft een Zwitserse verloofde. Die heeft die dure schoenen voor hem meegenomen en is vorige week vertrokken. Direct na haar vertrek heeft haar verloofde de schoenen in de verkoop gedaan bij het stalletje waar ik ze kocht. De verkoopster zag me lopen en nu zijn ze van mij…

 

Hotel

In Nicaro stond vroeger een grote nikkelfabriek. Daar werkten zo’n 4000 mensen. De fabriek is inmiddels gesloten maar op een punt in zee ligt nog steeds het ‘Casa de Visita’ waar vroeger de hoge heren die van ver kwamen konden eten en overnachten.

We zitten met een groep vrienden te eten in de Casa de Visita en de plek bevalt me goed. Ik vraag of ik de kamers mag zien en krijg een rondleiding. Dit hotelletje met 9 kamers heeft al twee jaar geen gast meer gezien, maar de staf is nog voltallig en de kamers zien er prima uit. Het uitzicht is domweg verbluffend! Ik vraag dus of ik, als ik de volgende keer langskom de suite kan huren (die kost 110 peso per nacht… da’s nog geen 5 CUC!)

Ik laat mijn carnet zien, dat aangeeft dat ik resident ben. Ik heb een Cubaans carnet dat mij alle rechten en plichten van een Cubaan geeft. Geen probleem wordt mij verzekerd. Over n week ben ik weer in de buurt en ik vraag mijn vriendin om voor de zekerheid te verifiëren of wij inderdaad in de suite kunnen slapen. ‘Ja hoor, geen punt.’

 

Een week later kom ik dus daadwerkelijk aan en stuur de taxi naar huis. Het restaurant is pikdonker want er is ergens kortsluiting en de dienstdoende dame vertelt me dat ik er zeker niet kan eten, laat staan overnachten. Ik laat mijn carnet zien maar dat verandert niets… ik moet weer weg. Maar een taxi kan ze niet voor me regelen. Ik heb dus honger, een date met mijn vriendin en geen bed om in te slapen. Ze biedt aan om naar Miramar te bellen, een hotel in de buurt dat dezelfde diensten aanbied. (leuke toevoeging… ik hoop eigenlijk op meer diensten!). Ze komt terug en vertelt me dat het eten verzekerd is en op mijn vraag over de kamer antwoordt ze dat ik dat met de dienstdoende dame moet overleggen.

Ik bel een vriend in de buurt die een auto heeft met het verzoek me te komen halen… dat kan ff duren zegt zijn vader want vriend is niet thuis… Dan kun je op Cuba dus rekenen op minimaal een uur wachttijd. Ik vraag dus of er wat te drinken is… Nee alles is dicht. Of ik een glas mag (altijd een flesje rum bij me). Ook dat is niet mogelijk. End of story.

 

De shift van mijn ‘gastvrouw’ zit erop en ze wordt vervangen door een ander exemplaar van de lichtelijk overgewicht bijna middelbare dames, doodmoe van 20 jaar niet werken die de Cubaanse hotels bestieren. Die is een beetje verbaasd door mijn verhaal. Ik laat mijn carnet zien en volgens haar is het geen probleem in het ‘Casa de Visita’ te verblijven. ‘Mooi’ denk ik. Dan gaan we dus eten in Miramar en komen hier slapen. Ik bel de betrokkenen om deze verandering in plan door te geven. Terwijl ik ophang komt mijn nieuwe gastvrouw met een treurig gezicht terug. Ze heeft haar chef gebeld en die zegt dat het dus niet mag. Casa de Visita blijft wederom een nacht leeg.

 

De taxi rijdt voor en we besluiten voordat we mijn vriendinnetje gaan halen even in Miramar te informeren of ik daar inderdaad kan slapen. Daar aangekomen is de eerste reactie: ‘natuurlijk niet, u bent een buitenlander.’ Ik haal mijn carnet boven maar dat helpt niet. Ik begin redelijk gefrustreerd te raken (inmiddels een ‘ja’, ‘ja’, ‘nee’, ‘ja’, ‘nee’ en een ‘nee’ gekregen van twee lege hotels) een tirade af te steken over de Cubaanse Xenofobie en bureaucratie. Het woord ‘discriminatie’ valt en al die tijd staat een hele donkere man mee te luisteren. Hij geeft een knikje naar de receptioniste (een geblondeerde, vermoeide dame van in de 40 met licht overgewicht) en plots is alles geregeld. Wij zijn welkom de nacht door te brengen in Miramar (wat ‘zicht op zee’ betekend.) Miramar ligt inderdaad een meter of twintig boven de baai en de volle maan maakt het uitzicht sprookjesachtig. Van buiten het hotel dan. Van binnenuit is de zee totaal niet te zien. De architect is de ramen aan die kant vergeten…

 

Het eten is best redelijk. De zaal verder leeg en sfeerloos. Qua voorzieningen: Er is geen zeep noch warm water. Om ons toch nog wat te kunnen wassen laten we (op ons verzoek, geen enkel initiatief van een van de 40+ vermoeide dames) een pan water warm maken in de keuken.

 

Het hotel is ontdaan van elke sfeer en terwijl we nog aan het eten zijn zit het voltallige personeel (3 dames van boven de 40, alle drie met licht overgewicht en taps toelopende benen gehuld in te strakke netkousen, en de kok) in de lobby TV te kijken. Een biertje bestellen creëert ruzie over wie dat dan moet gaan brengen!

 

De kamer is verlicht met romantische Tl-buizen, het bed behoorlijk slecht en er kan geen raam open. De badkamer heeft niet alleen geen warm water er is helemaal geen water, op een gevulde emmer na. De vloer is bekleed met wandtegels en spiegelglad, er zit een gat in de lakens en we moeten drie keer vragen naar een extra handdoek. Toiletpapier… hahaha… grapjas.

 

Eind van het verhaal: Er was geen ontbijt want de keuken was om 8 uur nog steeds dicht. We worden uitgezwaaid door een lichtelijk vermoeide dame van in de 40 die het bekende appelfiguur op twee in netkousen gehulde benen heeft.

 

Een hard ei

 

Innovatie is een zeldzaam ding op Cuba. Kan daar een hele theorie over ophangen, de conclusie is dat er bijzonder weinig geïnnoveerd wordt. Iedereen verkoopt hetzelfde. Zo kun je bijvoorbeeld in elke cafetaria (kleine particuliere eettentjes) gebakken ei krijgen, al dan niet met een broodje. Ik loop langs een cafetaria met eieren op de plank met daaronder een bordje ‘harde eieren’. Da’s nieuw! Da’s innovatie! Dus bestel ik een ei en terwijl ik het op de toonbank kapot tik vraag ik om wat zout…

Dat heeft geen zin want het harde ei loopt over de toonbank omdat het helemaal niet hard was… Dus vraag ik waarom (en dat is een zinloze vraag op Cuba, ik weet het) ze ze als ‘harde eieren’ verkopen. ‘Zo noemen we ze.’ Is het antwoord.

 

Gevangenen transport.

 

Isleny is veroordeeld tot 2 jaar gevangenis omdat ze zich als katvanger heeft laten gebruiken. Het precieze verhaal is mij nog steeds niet duidelijk, iets met handtekeningen zetten die ze niet had moeten zetten en die twee jaar worden waarschijnlijk 6 maanden vanwege eerste overtreding maar ze heeft de veroordeling aan haar broek. Ze belt me vanuit de maximum security gevangenis met een ernstig probleem.

Zij en nog 16 andere dames, die in de gesloten bak hun vonnis afwachtten mogen vandaag naar de open gevangenis waar het stukken prettiger toeven is. Ze hebben zin in de reis alleen kan de gevangenis het transport niet voor elkaar krijgen. Of ik het kan regelen.

Zo’n excursie laat ik me natuurlijk niet ontgaan en samen met mijn grote zwarte vriend Titanic (en die bijnaam heeft hij niet voor niets) ga ik naar de terminal waar een soort van tot bussen omgebouwde vrachtauto’s staan te wachten op passagiers. De eerste stap van de expeditie van vandaag is het regelen van een Camioneta. Er staan er zo’n 50 dus ik verwacht niet dat dit moeilijk gaat worden. Gelukkig is Cuba, zoals gebruikelijk, niet onder de indruk van mijn verwachtingspatroon want ik voer een keer of tien hetzelfde gesprek:

 

‘Ik heb een camioneta nodig voor een uur of twee. Van gevangenis A naar B.’

‘Dat kan ik niet doen, ik sta in de rij om mensen naar (willekeurige plaatsnaam) te brengen en als ik dat doe verlies ik mijn plaats in die rij.’

 

Cubanen zijn meesters in het in de rij staan.

 

‘Wat levert die reis je op waarvoor je in de rij staat?’

 

‘Al gauw 20 CUC.’

 

‘Ik betaal je 25 CUC voor de trip, sluit je daarna gewoon opnieuw aan in de rij.’

 

‘Dat kan niet want ik sta in de rij…’

 

‘Als ik die rij zo zie dan ben je over een uur of vijf aan de beurt. Beter nu 25 verdienen dan over vijf uur 20 toch?’

 

‘Daar heb je gelijk in, maar dat kan niet want ik sta in de rij en dan zou ik mijn plaats verliezen.’

 

Uiteindelijk vinden we iemand die begrijpt dat als hij uit de rij gaat hij vandaag een uur of twee verliest maar 45 verdient in plaats van 25… Op naar Gevang 1.

 

Een camioneta is een vrachtwagen van voor de jaren 60 waarvan de laadbak is opengewerkt en de laadvloer vier rijen houten banken heeft. Er passen ongeveer 40 mensen in en met een beetje duwen 50. Titanic en ik zitten op de houten banken, op weg naar de max security gevangenis. We maken wat grappen over het saboteren van de motor zodat we ergens stranden met 17 leuke meiden en ik check even hoeveel visitekaartjes ik bij me heb. Dat zijn er vier dus we besluiten dat ik die aan de vier mooiste meisjes ga geven.

Als we aangekomen moet ik me een beetje uit het zicht houden. Tenslotte ben ik dan wel resident maar blijf ik een buitenlander. Titanic meldt zich bij de bewakers en na wat vijven en zessen schuift de poort open en rijd de camioneta met mij in de bak de gevangenis in. Natuurlijk wordt ik gespot maar niemand zegt of doet wat. We staan op de binnenplaats en eigenlijk is er helemaal niets te zien. Dit is niet voor niets de gesloten gevangenis. Dan gaat de deur van de camioneta open en een voor een komt onze lading binnen. Allemaal met een eigen emmer en veel bagage. Als iedereen aan boord is besluit ik dat mijn visitekaartjes gewoon op zak blijven en vraag ik Titanic om de instructie aan de chauffeur, om halverwege de reis pech te krijgen, in te trekken. De sfeer is bedrukt en uitgelaten tegelijkertijd. Ik houd me een beetje op de achtergrond want er komen ook vier streng kijkende bewaaksters aan boord.

 

De reis van ongeveer een half uur is op zich weinig spraakmakend tot op het moment dat de chauffeur de verkeerde afslag neemt. Schijnbaar weet zijn vrachtje heel goed waar ze heen moeten want in koor beginnen ze te schreeuwen dat hij fout rijdt. Ik snap de haast niet maar de dames schijnen zo snel mogelijk naar de volgende cel te willen.

 

Deze gevangenis is een stuk vriendelijker. Gehuld in bruine uniformen lopen de gevangenen in keurige rijtjes rond achter een bewaakster aan. Links en rechts wordt er gewerkt in de tuin, dingen opgeknapt en de dames in de vrachtwagen zwaaien en roepen enthousiast naar bekenden. Ons kent ons in de vrouwengevangenissen op Cuba.

 

Ik blijf me discreet verbergen terwijl de dames uitstappen en in een keurige rij worden opgesteld… Alweer een rij. Er lopen meer bewaaksters rond dan gevangenen en het ontvangstcomité bestaat uit een stuk of 20 vrolijk kijkende dames in uniform.

 

Titanic praat met het management dat klaar staat om de nieuwe bewoners te instrueren en ik mag even uit de vrachtwagen. Zodra ik in het licht kom zie je “buitenlander!” door het kamp golven… Er is een buitenlandse man in het vrouwen gevang! Water brandt nog beter. We stappen weer in en zwaaien naar de meisjes die we zojuist een beetje meer vrijheid gegeven hebben.

 

En toen gingen we weer…

 

Kraantje lek

 

Na gebruik van de WC gemaakt te hebben wil ik mijn handen wassen. Ik draai het kraantje een slag met de klok mee, was mijn handen en draai het een slag terug… Het water stroomt door. Nog een paar slagen terug… Niets… het water blijft stromen. Dan komt dat moment dat je je afvraagt of je de goede richting opdraait. Dus twintig slagen tegen de klok in en 25 met de klok mee… Geen enkel effect. Hulpeloos kijk ik om me heen. Een Cubaanse ziet dat (de WC is multi-gender want er is er maar één in dit restaurant) en geeft een klap op de knop… Opgelost.

 

Open maar eens een bankrekening

 

Met het oog op mijn verblijf van 6 maanden per jaar op Cuba loop ik een bank binnen met het verzoek een rekening te openen zodat ik geld kan sturen uit het buitenland.

 

Zo werkt dat toch? Je opent een bankrekening, krijgt een nummer en dan stort je geld op je eigen rekening. Nou op Cuba niet dus. Ik dien eerst geld over te maken naar de bank en die opent vervolgens een rekening op mijn naam.

 

Af en toe moet je een risico nemen en ik maak via internet geld over naar de Banco de Credito y Comercio. Hun IBAN blijkt niet helemaal goed te zijn maar als ik de laatste 3 XXX weglaat pikt de ABN mijn overboeking. Ik besluit er 100 euro tegenaan te gooien.

 

De ABN is de enige bank in Nederland die tegen een redelijk tarief geld over wil maken naar Cuba. Het Amerikaanse embargo verbiedt banken zaken te doen met Cuba. Er is ook een Europese richtlijn die Europese bedrijven verbiedt zich aan de Amerikaanse richtlijn te houden. Mijn vaste bank houdt het er dus maar op dat het technisch onmogelijk is en liet me in de kou staan. De ABN is een staatsbank en heeft weinig tot geen belangen in de USA en houdt zich dus keurig aan de Europese richtlijn.

 

Dat wil niet zeggen dat mijn geld ook inderdaad aan gaat komen, maar er is hoop.

 

Vier dagen later ga ik kijken of er überhaupt geld is aangekomen en of ik het kan opnemen. De mevrouw die hierover gaat is even weg, wat in de praktijk meestal betekent dat ze er niet is en ook niet meer komt.

Twee dagen later: drie bankmedewerkers bestuderen een voor een een stapeltje printjes en kunnen mijn overboeking niet vinden. Dan wordt de computer opgestart en wonder boven wonder wordt mijn geld gevonden… De 100 euro zijn 98 CUC geworden maar ik kan nog niets opnemen omdat mijn rekening nog niet geopend is.

 

Weer drie dagen later probeer ik het nog een keer. Ik krijg een printje met een rekeningnummer en het nummer van mijn aanstaande Pin-pas. Of ik 30 CUC van die 98 kan opnemen? Nope, dat kan namelijk pas als de pinpas klaar is en dat kan een week of drie duren. ‘Je moet ons gewoon vertrouwen’ zegt een van de bankmedewerkers. Ik heb altijd moeite met mensen die ik niet ken die me vertellen dat ik ze moet vertrouwen. Zeker op Cuba. Maar drie weken later is er inderdaad een pinpas voor me aangekomen, kan ik zelfs de pincode veranderen en neem ik zonder problemen geld op.

 

Ik stuur dus de dag daarna 1000 Euro uit Nederland. Vier dagen later staat dat keurig op mijn kaart! Pinnen en spenden, pinnen en spenden… toen het bijna op was stuurde ik weer 1000 Euro en ook dat ging prima… Nog maar een keer dan. Vier dagen later… Niets… Vijf dagen later… Niets… zeven dagen later… nog steeds niets… Dag 8 loop ik de bank binnen. Mijn accountmanager ziet me binnenkomen, rommelt wat in een lade en houdt een papiertje omhoog… “Hier kom je zeker voor?” vraagt ze en direct schrijft ze de missende CUCs bij op mijn rekening… Toeval? Opzet? Wat was er gebeurd als ik niet opgelet had of mijn gezicht niet had laten zien? Dacht ze echt dat ik 1000 Euro zomaar zou vergeten? Je weet het niet… Het is Cuba.

 

Elk jaar herhaalt zich hetzelfde spelletje. Het geld komt niet aan totdat ik mijn gezicht laat zien. Vanaf dan loopt alles weer op rolletjes.

 

Postduivenrace

 

Cubanen zijn net mensen en die hebben hobby’s:

Op het platteland is de beste transportmethode de zogenaamde Yeepy. Uitgebouwde Toyotas waar 10 passagiers inpassen die je voor een prikkie van de ene stad naar de andere rijden. Ik zit, samen met 9 andere passagiers in een Yeepy… Twee van hen hebben grote kartonnen dozen op schoot met iets dat leeft. Ik neem aan kippen… In ‘the middle of nowhere’ roepen ze ‘Stoppen’. Ze stappen uit, doen de dozen open en er vliegen zo’n twintig duiven weg. Zo werkt de postduiven race in Cuba.

Postduiven zij niet alleen een sport op Cuba. Ze worden daadwerkelijk gebruikt. Zo wordt ‘El Paquete‘ per postduif Cuba binnen gesmokkeld vanuit Miami.

 

Strandfeest

 

‘Willen jullie naar een feestje op het strand?’ Ja, natuurlijk willen we dat. Tien minuten later zijn we onderweg, mijn vriend, twee leuke meisjes, een moeder een emmer en ik in de gehuurde Fabia.

 

Laat me eerst de hoofdrolspelers van dit verhaal voorstellen:

‘Vriend’ heeft mij in 2004 voor het eerst meegenomen naar Cuba omdat hij vier jaar daarvoor geld geïnvesteerd had in een Cubaanse mijn. Het was inmiddels duidelijk dat hij dat nooit meer terug zou krijgen (zie verhaal over de mijndirecteur) maar hij ging elk jaar even kijken voor de lol.

 

‘Verpleegster’ is een liftster die ‘Vriend’ en ik hebben opgepikt op de weg tussen Trinidad en Sancti Spiritus en die ons onderweg op een biertje trakteerde!

 

‘Nichtje’ is het nichtje van ‘Verpleegster’ en ‘Tante’ haar moeder.

 

‘Ik’ ben gewoon mezelf. (Dat geldt voor de rest van dit boek ook.)

 

Na het biertje zitten we weer in de auto met ‘Verpleegster’ op de achterbank. ‘Vriend’ stelt voor haar naar huis te brengen in plaats van haar af te zetten langs de weg. In ruil voor een kopje koffie. ‘Verpleegster’ weet niet of er koffie in huis van ‘Tante’ is maar gaat gretig akkoord! We komen aan bij het huisje van ‘Tante’ die ons vol enthousiasme onthaalt op geen koffie. Gelukkig is het diep in de middag dus halen wij maar een fles rum uit de auto. ‘Oom’, die verder geen rol van betekenis speelt in dit verhaal, is binnen het uur dronken en de fles leeg. Exit ‘Oom, hij gaat een dutje doen.

Bij ‘Tante’ (en slapende ‘Oom’) woont ‘Nichtje. Ze is net 19 en een tikje verlegen. Vanuit haar stoel zit ze ons te observeren en zegt al een uur geen woord.

 

‘Vriend’ stelt voor dat ‘Tante’ voor ons kookt die avond en we vertrekken samen met ‘Verpleegster’ naar de markt. Daar kopen we 7 hele kippen (de hele winkelvoorraad, 5 kilo hamrol en nog wat kleingoed.

Onderweg vragen we ‘Verpleegster’ een Casa Particular voor ons te zoeken en na inschrijving in een keurig huis laten we onze bagage daar achter (niet onbelangrijk detail zoals later blijkt).

Terug thuis verdwijnen de verse kippen in de diepvries en is ‘Tante’ al volop bezig met het bereiden van kip voor iedereen (2 stuks). Wij vinden het prima en gaan in de tuin een rummetje drinken met ‘Verpleegster’. ‘Nichtje’ blijft binnen zitten en heeft nog steeds geen woord gezegd.

 

‘Tante’ vraagt me of ik met ‘Nichtje’ wat tomaten wil gaan halen. Ik probeer een gesprek op gang te krijgen, aar dat draait op niets uit. Nog steeds zwijgzaam loodst ze me van stalletje naar stalletje totdat we prima tomaten gevonden hebben. Op weg naar huis blijkt ze te kunnen praten en langzaam ontdooit ze.

 

Terug ‘thuis’ zijn ‘Vriend’ en ‘Verpleegster’ aan de flirtfase begonnen. ‘Nichtje’ komt bij ons in de tuin zitten en ontdooit meer en meer… Het eten wordt opgediend en me smaak verorberen we Kip met reist en bonen en een beetje tomaat. ‘Nichtje’ ontpopt zich meer en meer als een vrolijke intelligente meid.

 

Na het eten komt de uitnodiging: Of we zin hebben in een feestje aan het strand. Ik had de kaart van Cuba nog niet echt in mijn hoofd zitten en Maps.me bestond nog niet. ‘Hoe ver is dat?’ ‘Niet ver’… OK we gaan!

 

Tien minuten later zitten we in de auto. ‘Vriend’, ‘Verpleegster’, ‘Nichtje’ en ik. Maar ‘Tante’ moet ook nog mee… Die komt met een lege emmer aanzetten, stapt in en we vertrekken…

 

Na tien minuten nemen we de afslag van de grote weg en rijden we een zandpad op. Het is al een tijdje donker en de weg niet al te best. Een half uur later vraag ik of het nog ver is. ‘We zijn er bijna’ zegt ‘Tante’.

Nog een half uur later herhaal ik mijn vraag. Het rijden begint vermoeiend te worden onder deze omstandigheden en de weg weigert elke medewerking.

 

‘Hier, na de volgende bocht’…

 

Een half uur later komen we aan in een slaperig vissersdorpje. Houten huizen op palen. Aan het eind van het dorp woont ‘Broer’ en er zitten drie mensen op zijn veranda. Feestje???

 

‘Tante’ en ‘Broer’ hebben elkaar al 3 jaar niet gezien en praten bij. Wij halen een flesje cola uit de auto (rum leek ons gezien de terugweg niet opportuun) en drinken wat met de mensen op de veranda. Tien minuten later (TIEN MINUTEN) komt ‘Tante’ weer naar buiten en zijn we klaar voor vertrek. Ze hebben elkaar drie jaar niet gezien en praten in tien minuten helemaal bij! De emmer is nog steeds leeg. Daar zit ook de crux. ‘Broer’ is visser, ‘Tante’ ging vis scoren maar er was die dag gewoon niets gevangen. In plaats van naar een feestje met twee leuke meiden waren we gewoon gebruikt als vistransport.

 

Intermezzo:

Cubanen zijn geneigd hun eigen behoeftes voorop te stellen. Sterker nog, die van jou tellen niet echt mee. Als je aan een vriendelijke meneer langs de weg de weg vraagt, biedt hij aan in te stappen en wijst je de weg naar zijn bestemming, niet de jouwe…

 

Terug naar de terugweg van het strandfeest. ‘Tante is in mineur… Geen vis… Op de heenweg begon ‘Nichtje’ steeds vrolijker te worden maar nu wordt ze wagenziek. ‘ff stoppen’ en ze stapt uit om over te geven. Ik loop naar haar toe met een flesje water en geef haar wat te drinken. Ze neemt een paar slokken en wil het flesje terug geven. Nee dank je, dat mag je houden… Het is ook terug ruim anderhalf uur rijden en enigszins vermoeid komen we ‘Thuis’. ‘Nichtje’ voelt zich weer prima en ik vind haar steeds leuker. De muziek gaat aan, we drinken, lachen en dansen. Toch nog een feestje.

Het flirten tussen ‘Vriend’ en ‘Verpleegster’ begint, binnen de grenzen van het betamelijke, zelfs fysieke vormen aan te nemen. Tot tongen vind ik het publiekelijke fysieke betamelijk en ze hielden zich keurig aan die grens. ‘Nichtje’ danste lekker en reageerde steeds meer op mijn geflirt!

 

We besluiten naar onze Casa te gaan voor een welverdiende nachtrust en wie weet wat nog meer. ‘Weet jij nog waar ons huis is?’ vraag ik aan ‘Vriend’. Die heeft net zo min een idee als ik. Impliciet ga ik ervan uit dat ‘Verpleegster’ die steeds heftiger met vriend aan het flirten is, met ons mee gaat en de nacht doorbrengt en misschien ‘Nichtje’ ook. Cubaanse zeden zijn wat losser dan de onze J.

 

‘Hoe komen we thuis?’ ‘We kunnen jullie natuurlijk brengen maar hoe komen wij dan terug?’

 

‘Tante’ grijpt in en sommeert de meisjes naar de keuken. Daar krijgen ze, gelet op de lichaamstaal van ‘Tante’ de les gelezen. Na een minuut of 5 komen ‘Tante’ en de meisjes terug. ‘Tante’ checkt nog even of ‘Nichtje’ haar identiteitskaart bij zich heeft, (zonder mag ze een Casa Particular niet in) en stuurt de meisjes met ons mee.

In de Casa aangekomen verdwijnen ‘Vriend’ en ‘Verpleegster’ vrij snel naar hun slaapkamer en ‘Nichtje’ en ik kijken elkaar een beetje twijfelend aan. We besluiten ook maar naar onze kamer te gaan en daar staat behalve een dubbel bed een eenpersoons bed. ‘Nichtje’ duikt op het kleine bedje en verklaart vol overtuiging dat ze daar slaapt. Dat vind ik prima en ga me douchen.

 

Als ik uit de badkamer kom ligt ‘Nichtje’ al in dromenland en ik stap in het grote boze bed. Nog geen vijf minuten later voel ik een zacht warm lijf tegen me aankruipen en verdere details zal ik je besparen.

 

Tevreden werden we wakker, ontbijten met de meisjes en brengen ze naar huis. De reis gaat voort. Normaal gesproken is dit het eind van het verhaal.

 

Een jaar later, besluit ik ‘Nichtje’ te gaan zoeken. Ik vond haar leuk en ze was door mijn hoofd blijven spoken. Na wat vijven en zessen vind ik het huis van ‘Tante’ en klop aan. Ze is duidelijk heel blij me te zien en dat duurt 4 minuten. Dan zakt de depressie in. ‘Nichtje’ is getrouwd met een Canadees en ze laat me de foto zien. Eén blik op de foto zegt genoeg. Een veel te dikke, slecht geklede middelbare man met zo’n kalekopverberg-scheiding leunt tegen een BMW X5 met op de achtergrond een behoorlijke villa. Auto en huis zijn niet van hem weet moeder inmiddels. Dochter is ongelukkig in Toronto en haar echtgenoot zou zijn kotsende vrouw nooit zijn flesje water aanbieden. Moeder had in mij een veel betere echtgenoot gezien en ze baalde als een stekker… Einde verhaal.

 

Of toch niet. Jaren later duikt ‘Nichtje’ weer op tijdens mijn residentie-applicatie. Een streng kijkende Kapitein van de anti-drugs brigade vraagt mij of ik haar ken. Ik ben blij dat ik deze vraag wel positief kan beantwoorden want de twee mensen die ik zou hebben moeten kennen daarvoor had ik al gemist. ‘Ja zeg ik, die komt uit Sancti Spiritus en is inmiddels getrouwd met een Canadees. Nou zegt de Kaptitein, dat is niet mee helemaal waar. Ze is vrij snel na haar huwelijk bij de Niagra watervallen de grens met de VS overgestoken en woont nu in Miami. Maar het feit dat ik haar kende overtuigde hem ervan dat ik niet op Cuba was om een beetje rond te neuken en maakte mijn aanvraag serieus. Als je je een meisje herinnert waarmee je 5 jaar eerder een nacht hebt doorgebracht in een Casa Particular kun je geen sekstoerist zijn. Die worden geweerd op Cuba, en terecht.

‘Nichtje’ was mijn redding!

 

Politie 1:

 

Ik rijd door Havana in mijn huurauto (in die tijd nog een vrij zeldzaam gegeven). Een agent houdt me aan en zegt dat ik te hard reed. ‘Hoe hard mag je hier?’ ‘50’. Volgens mij reed ik harder omdat het stuk daarvoor 70 is… ‘Ik reed 50.’ ‘Nee u reed harder.’ ‘Hoe hard reed ik dan?’ ‘Wel 65.’ ‘Waar is je radarpistool? Dit is een moderne auto, die lijken veel harder te gaan.’ Daar moest hij even over nadenken. Hoe kun je snelheid meten van een moderne auto? Da’s natuurlijk heel anders dan een Lada.

‘Rijd u maar door meneer…’

 

Nog een bankrekening.

 

Omdat ik een kind heb in een klein dorpje in het oosten en ik mijn alimentatie per maand betaal omdat moeder niet met geld om kan gaan en omdat geld overmaken vanuit Nederland erg duur is heb ik het volgende plan opgevat. Ik open een bankrekening bij dezelfde bank als in haar dorp zit en doe dan een maandelijkse automatische overboeking. Na gevraagd te hebben of dat kon, drie uur in de rij en een half uur formulieren invullen heb ik een rekening. Dan wil ik een automatische overboeking. ‘Een wat?’ Uitvoerig leg ik uit dat ik elke maand een bepaald bedrag van mijn rekening naar een andere rekening wil overboeken.

‘Dat kan meneer, dan moet u gewoon elke maand even langskomen.’

 

De Voorraad.

 

Wij in het westen maken eens per jaar de inventaris op. Alle winkeltjes, barretjes, stalletjes en zelfs de particuliere cafetaria’s maken systematisch de hele voorraad op bij elke shift wissel. Om dat te doen gooien ze de bar dicht en beginnen al het bier/water/fris/sigaretten en wat al niet meer te tellen. Dat er dan niets verkocht kan worden is natuurlijk vanzelfsprekend.

Het is iets over 7 in de ochtend en ik kom voorbij een particuliere cafetaria waar ik regelmatig een sapje drink. (voor 3 pesos). Dat komt uit grote 5 liter flessen. ‘Wat voor sap heb je vandaag?’. ‘Mango, maar ik kan je het niet verkopen want ik heb nog niet geteld.’ En dat is volkomen logisch! Een korte blik leert mij dat er drie vijf liter flessen met Mangosap staan. ‘Je hebt 15 liter voorraad.’ Ze kijkt me aan alsof ik zojuist in een perfecte, simpele zin de zin van het bestaan heb samengevat. Hoe kan die buitenlander dat nou weten?

Ik leg haar uit dat 3 keer 5 = 15 en dat ik dat zonder rekenmachine kan! Ze neemt haar rekenmachine (elke Cubaan doet alle wat ingewikkelder is dan 1 + 1 op een rekenmachine en kijkt me vol verbazing aan… Ze heeft 15 liter voorraad Mangosap.

‘Mag ik dan nu mijn glas sap?’

‘Nee natuurlijk niet, ik moet het nog opschrijven…’

‘Ga je gang.’ Zeg ik op het openliggende schrift wijzend.

‘Nee, ik ben nog niet aan het Mangosap toe, ik moet eerst nog de broodjes tellen en de ham wegen.’

 

De Blikopener.

 

Ik woon al jaren bij dezelfde familie in huis als ik in Havana ben en het was me opgevallen dat er geen blikopener was. Dus nam ik, als goede westerling, er eentje mee van de Action. Helemaal blij met dat vreemde ding ging de vrouw des huizes direct een blik openen… Beteuterd kwam ze na tien minuten terug met de blikopener in haar hand. ‘Hoe werkt dit ding?’

Ik met haar naar de keuken voor een demonstratie. De blikopener werkt niet want de schroef is dol en als er niets draait werkt een blikopener natuurlijk niet. ‘Hoe maak jij normaal je blikken open?’

Ze pakt een groot mes, ramt dat in het blik en zaagt het in een oogwenk open.

“Zo” (Suffe buitenlander blik.)

Weer een illusie armer. Waar heb je in godsnaam een blikopener voor nodig. Op Cuba heb ik geleerd dat hetzelfde geldt voor scheerschuim (gewoon zeep werkt beter), schoenpoets (spuug), een draadlozedeurbel (kloppen of roepen) of WC papier (emmertje water is schoner… gewoon je billen wassen).

De lijst met oplossingen voor onze ‘productmanie’ is eindeloos!

 

De Yak

 

Een toeristenvisum is in Cuba 1 maand geldig en je kunt het één keer verlengen. Dat wil zeggen dat je na twee maanden het land uit moet, waarna je weer een nieuw visum kunt krijgen. Speciaal voor mensen die langer willen blijven zijn er ééndagstrips georganiseerd naar Cancun. Je vliegt met Cubana, de Cubaanse internationale luchtvaartmaatschappij, en die hebben twee YAK 42Ds. De YAK is een Russisch toestel waarvan er nog drie vliegen. Twee in Cuba en één in Kazachstan. Alle andere zijn inmiddels naar de schroothopen verwezen of neergestort. Het toestel waarin ik zit had dat lot ook al jaren geleden moeten ondergaan. Het lijkt ontworpen voor dwergen want ik kan onmogelijk in mijn stoel zitten. De WC heeft hetzelfde schoonmaakschema als in het gemiddelde Cubaanse restaurant (dat wil zeggen een keer per week met een tuinslang, en het schijnt vandaag dag 6 te zijn). Tijdens het opstijgen verschijnt er rook in de cabine en de stewardess, uit hetzelfde bouwjaar als de YAK, en ook toe aan haar pensioen, roept in alle talen die ze beheerst (Spaans) om dat we ons geen zorgen hoeven te maken… Dit is normaal en heeft iets te maken met de airconditioning.

Vervolgens gaat diezelfde airco op MAX. Dat hoort zo in Cuba, als je een airco hebt… zet je hem op MAX.

 

  1. mijn chauffeur en huisbaas heeft sinds kort ook een airco in zijn slaapkamer geïnstalleerd. Elke nacht staat dat ding op MAX, ook nu tijdens de winter. Na een erg koude nacht klaagt hij steen en been dat het echt te koud was, en dat zelfs zijn deken hem niet warm had gehouden. Nu was het ook fris, buiten was het een graad of 8, binnen 12 en ook ik had mijn deken nodig. Dankzij die extreme lage temperatuur lukte het hem met behulp van de airco om de temperatuur in zijn slaapkamer op 7 graden te krijgen, waarna hij steen en been klaagt dat zijn deken niet dik genoeg is…

Toen ik hem erop wees dat hij ook de airco uit kan zetten keek hij of hij sneeuw zag branden… (en sneeuw heeft hij nog nooit gezien). Je koopt natuurlijk geen waanzinnig dure airco om hem uit te zetten! In een klap verspeelde ik al mijn credit als “misschien niet helemaal domme Yuma”.

 

Terug naar de YAK.

Ook hier staat de airco op VOL, en hoewel ik altijd met sokken aan reis beginnen mijn voeten wel erg koud te worden. Verschillende passagiers (voornamelijk Yuma’s) klagen bij de stewardess die al met pensioen had moeten zijn en uiteindelijk besluit ze de airco een tandje lager te zetten. Tien minuten lang komen onze voeten langzaam weer op temperatuur. Tot de airco plotseling weer op MAX gaat. Klagen blijkt deze keer geen zin te hebben, dit is een besluit van de kapitein, die schijnbaar vindt dat als je een airco hebt die werkt, je hem ook vol moet laten werken.

Zo hoort dat nu eenmaal PUNT.

 

Marcel Wanders

 

Marcel Wanders is een bekende Nederlandse designer. De KLM heeft hem het bestek voor de business class laten ontwerpen.

Olga liet mij, 8 jaar geleden, vol trots haar nieuwe bestek zien dat ze zojuist gekocht had. Dat was dus gejat uit een vliegtuig van de KLM.

Vorige week at ik een toastje bij Amelia, een staatskoffietentje in Miramar. Ze gaven me een ‘Marcel Wanders’ mes.

Door heel Havana vind je zijn bestek!

De KLM vliegt al jaren op Cuba en laat haar vliegtuigen nog steeds volledig leegroven door de Cubaanse schoonmaakploeg! Ze zouden CubaConga eens moeten lezen. Dat zou jij trouwens ook moeten doen voor je vertrek…

 

Geef me…

 

Een aantal Cubanen heeft een bedelreflex. Ik zit te internetten op een van mijn favoriete terrasjes in een buitenwijk (nauwelijks toeristen in deze buurt). Het terrasje ligt een beetje verscholen en ik zit uit het zicht van de straat. Er komt een keurige dame binnen met een hondje. Ze ziet me zitten, zet direct een zielig gezicht op, loopt plots stukken moeilijker en vraagt om vier Cubaanse peso. (16 cent). Uit principe zeg ik nee. Ze loopt naar de bar, bestelt, gaat zitten en vijf minuten later krijgt ze een broodje en een shake die samen 80 Peso kosten… Geld zat, maar toch ff proberen…

 

Vliegen

 

Sinds ik mijn verblijfsvergunning heb kost vliegen bijna niets meer. Een ticket van Havana naar Holguin (de enige vlucht die ik wel eens maak) kost net geen 8$ (183 Moneda Nacional)! Ik had een ticket maar de plannen veranderden en ik was niet van plan om uren in de rij te gaan staan om 8$ terug te krijgen. Ticket maar weggegooid…

Drie maanden later wil ik weer een ticket kopen. Tijdens het proces (dat uiteindelijk bij een dot matrix printer uitkomt) ziet de verkoper dat ik nog een ongebruikt ticket heb. Dat wordt voor 75% vergoed en ik koop dus voor 2$ een nieuw ticket!

Wie zegt dat klantenservice niet bestaat op Cuba?

 

De Emmer

 

Ik heb een emmer nodig. Gewoon zo’n plastic ding. Die zijn ongelofelijk duur op Cuba. 6 CUC of meer (tot een tientje voor een suffe plastic emmer). Dan kom ik langs een winkel met emmers in de etalage voor 2,25! Ik naar binnen, wijs een emmer aan, reken hem af en trots als een aap met zeven emmers laat ik hem iedereen zien, inclusief het prijskaartje. Ik vul de emmer… zit er een gat in de bodem! Het is een klein gaatje maar een emmer met een gat streeft zijn doel een beetje voorbij.

Verontwaardigd laat ik de emmer aan iedereen zien. ‘Waar heb je hem gekocht?’ Ik leg uit welke winkel het was. ‘Sukkel! Da’s de winkel voor kapotte dingen!’ Elke stad op Cuba blijkt een winkel voor kapotte dingen te hebben waar je dingen kunt kopen die niet werken. Alles in de winkel is kapot en sommige van die kapotte dingen zijn niet meer te repareren, anderen wel.

Ik pijnig mijn hooft over hoe ik dat gaatje in de bodem van de emmer ga repareren. Overweeg een stukje plastic te smelten en dat erin te gieten. ‘Stukje kauwgum’ zegt de buurman achteloos in het voorbijgaan terwijl ik mijn hoofd pijnig hoe ik plastic smelt zonder een lepel op te offeren.

Het werkt. Mijn emmer doet het!

 

Lening

 

‘Kun je me 10 CUC lenen?’

‘Volgens mij heb ik je vorige week 10 CUC geleend, die zijn nog niet terug.’

Blik van totaal onbegrip: ‘Ja maar dat was vorige week!’

 

1000$ Echtgenotes uitverkoop

 

Maria heeft een probleem en ze vertelt het me: Ze is getrouwd met een Spanjaard die goed verdiend op Ibiza en haar maar liefst 1000$ in de maand stuurt. (‘Stuurde’ is een beter woord want dat is dus het probleem.) Het gaat even financieel wat minder met haar echtgenoot en hij heeft zijn bijdrage aan haar rijke levensstijl teruggebracht naar 700. Nog steeds een bijzonder riant om maar niet te zeggen exorbitant bedrag. Maria kan er echt niet mee rondkomen want in de winkel kan ze nooit kiezen en koopt dus gewoon alles. Ze heeft echter een Cubaanse oplossing en doet me een aanbod. Als ik haar 300 $ per maand geef, koop ik daarmee een echtgenote die 1000 $ waard is!!! Als ik vriendelijk haar genereuze aanbod afsla stelt ze me voor om voor 25 $ met me mee naar huis te gaan…

 

Maria 2

 

Ik loop met een vriend (die nieuw is op Cuba) door een redelijk vervallen buurt en we hebben het over de flexibiliteit van de werkelijkheid en dat Cubanen werkelijk van alles en nog wat verzinnen. We komen langs een ‘Solar’ (Dat is een groot gebouw dat in de loop van de tijd steeds verder is opgedeeld en nu zo’n 20 families onderdak biedt.) en ik vraag hem ‘noem eens een meisjesnaam’. ‘Marieke’ is zijn antwoord. ‘Nee, iets internationaals, Marieke kent hier niemand.’ ‘Ok Maria dan.’ Ik vraag in mijn slechtste Spaans, zodat ze denken dat ik ze niet versta, aan twee vrouwen die op de stoep voor de ingang zitten: ‘Maria hier woont?’ Hoe ze eruit ziet willen de dames weten. ‘mooie slanke meisje, 20 jaren’ antwoord ik. Ze draaien zich om en roepen keihard het gebouw in: ‘ Yusleydis, Hier zijn twee buitenlanders die Maria zoeken, jij heet Maria!’ Ze verwijzen ons naar de eerste verdieping, tweede deur links. Daar staat ‘Maria’ al op ons te wachten met een grote glimlach en laat ons binnen in haar kamer. Hoe we haar wisten te vinden? ‘Nu heb ik een mannennaam nodig’ zeg ik tegen mijn vriend. ‘Luc’.

‘Ahhh! Luc!!! Dat is al jaren een goede vriend van me! Hoe is het met hem?’ Zegt Yusleidis over een naam die we ter plekke verzonnen hebben en via wie we uiteindelijk ‘Maria’ gevonden hebben…

 

Speakertjes

 

Ik woonde al maanden bij Bea, een hard werkende vrouw die, illegaal, kamers verhuurt aan Cubanen om de eindjes aan elkaar te knopen. Als ik een paar maanden naar Nederland vertrek laat ik een koffer spullen achter. Bij terugkomst blijkt dat die koffer open is geweest en er een aantal dingen uit verdwenen zijn. Bea weet van niets en geeft de schuld aan een van de huurders die inmiddels vertrokken is. Niets meer aan te doen. Ik baal het meest van de USB speakertjes en klaag daarover. ‘Nee, die zijn niet weg, die heb ik uitgeleend aan Julie.’ Als ze mijn ergernis hierover ziet, tenslotte als je van niets weet hoe kun je dan mijn speakertjes uitlenen? Zegt ze alsof het volkomen logisch is: ‘Wees nu maar blij dat ik ze aan Julie uitgeleend heb, anders was je die ook kwijt geweest!’

 

Prijzen

Cubanen passen hun prijzen aan aan hun behoeftes. Ik ontdekte dit de tweede keer dat ik in Cuba was. Ik zat in Viñales, een pittoresk dorpje ten westen van Havana. Omdat ik van alternatief en avontuurlijk houd, had ik een huisje gehuurd op de Campismo (een soort camping met huisjes voor Cubanen, waar een paar huisjes staan voor toeristen). Nog half in mijn jetlag ging ik naar de enige plek waar je wat kon eten, een restaurantje net buiten de poort van de Campismo.

Ik ging zitten op het terrasje, keek uit op de “prehistorische muur”, een schilderij dat een hele bergwand beslaat en zo lelijk is dat het weer mooi wordt en vroeg de ober wat hij te eten had. Het enige wat hij in huis had waren gebakken eieren, koffie en iets wat ik niet begreep, dus ik bestelde alle drie.

Dat wat ik niet begreep bleken crackertjes te zijn. Met lange tanden eet ik mijn eieren met crackers en drink ik mijn koffie. Toen ik de rekening vroeg, kwam de ober aan met een briefje, waarop 11,85 stond (dat waren CUCs). Ik kijk hem aan, maak een wegwerp gebaar, geef hem het briefje terug en zeg dat hij een andere rekening moet maken. Protesterend loopt hij weg en komt even later terug met een ander briefje, met daarop 8,25. Zelfde ritueel, met het verzoek een rekening te maken die ik wel wil betalen. Even later landt er een briefje op mijn tafel met daarop 6. Boos kijk ik hem aan (toneelspelen is een noodzaak op Cuba) haal VIER CUC uit mijn zak. Leg ze op tafel en gebaar naar de Campismo. “Ik zit in hutje nummer 2”, zeg ik en maak hem duidelijk dat als hij niet tevreden is met mijn betaling hij maar iemand moet gaan halen, liefst politie. Hij roept mij nog wat dingen na die ik niet versta en op mijn gemakje kuier ik naar mijn hutje.

Er gebeurde verder niets… Niemand klopte op mijn deur, niemand kwam verhaal halen en alles was pais en vree.

Een paar uur later heb ik zin in een kop koffie en er is maar één plek waar ik die kan krijgen. Ik loop dus naar het restaurant, ga op hetzelfde terrasje zitten, met hetzelfde verschrikkelijk lelijk/mooie uitzicht en bestel bij dezelfde ober, die inmiddels weer vriendelijk is, een kop koffie. Lees wat in mijn boek, drink koffie en vraag om de rekening. Hij wil geen rekening, hij biedt me de koffie aan en komt bij me zitten voor een gesprek over Cuba/buitenlanders/het weer en die mooie/lelijke muur voor ons. Ik had zijn respect verdiend zei hij, want je moest eens weten hoeveel domme Yuma’s (dat zijn wij, de buitenlanders) zich dagelijks laten tillen en dan heb je als Cubaan natuurlijk geen keus want je moet ook eten!

Achillespees 1

 

Ik zit in een pizza tentje bij het open raam. Heerlijke plek en ik geniet van al die mensen die langslopen. Ter precompensatie van de verschrikkelijke pizza die ik ga krijgen. Plots grist iemand iets van mijn tafel en rent weg. Ik erachteraan want mijn telefoon is mij heilig. Na zo’n 200 meter knapt plotseling mijn achilles pees en val ik op iets hards waardoor ik drie dagen later een geheel blauw bovenbeen had. Dat harde was mijn onverwoestbare Nokia die de val beter doorstond dan ik. De dief had een pakje sigaretten van mijn tafel gegrist en daar zaten er nog vier in! Achillespees vernield voor 4 sigaretten!!! Best wel stom. Vriendelijke Cubanen escorteren me naar het ziekenhuis waar drie artsen zich over mij ontfermen. Ze besluiten dat er niets aan de hand is, bieden aan de politie te bellen voor aangifte en laten me gaan. Politie voor 4 sigaretten?

 

Achillespees 2

 

Drie weken later loop ik nog steeds mank. Klaar met die onzin besluit ik mijn fiets te nemen… Ik zet mijn voet op de trapper en zwaai mijn been over het zadel. KNAP!… Nu was hij echt kapot. Een vriend brengt me naar het ziekenhuis. Daar is de eerste persoon die opduikt de ziekenhuisaccountant. Ze volgt me met een schrijfblok en noteert ijverig alles wat ik onderga. De Röntgenfoto laat zien dat er niets gebroken is maar de echo constateert een bijna geheel afgescheurde pees. Ik moet in het gips.

De gipskamer is echter gesloten en de man met de sleutel al de hele dag niet gesignaleerd. Drie artsen breken de deur open terwijl de accountant ijverig noteert. Ik hoop dat ik niet de hele renovatie van het ziekenhuis hoef te betalen.

 

Ik krijg eerst ‘half gips’ om de zwelling te laten slinken en de rekening voor alle diensten die mij verleent zijn. Ik geef mijn verzekeringspasje maar dat mag niet baten. Eerst de rekening betalen, dan pas het ziekenhuis uit stelt de accountant. 108 $!!!

 

Op zoek naar krukken. Het vinden van een paar redelijke krukken kost een vriend een dag. Het vinden van rubber dopjes zodat ze niet wegschieten als je erop steunt gaat sneller. Een man die motorophangingen maakt, maakt ze gewoon op maat voor 1$. Na drie dagen ben ik weer redelijk mobiel op mijn krukken.

 

Twee weken later krijg ik loopgips. Ze maken een keurige gipsen hak zodat ik ook echt kan lopen. Die hak is er binnen een dag afgesleten. Ik knip een oude slipper aan stukken en zet er zelf maar een hak op met tape. Jaren later is dit nog steeds een verhaal onder mijn vrienden… Tino danste met zijn gipsen poot in de disco!

 

Praktische implicaties

 

Je begrijpt nu dat Cuba totaal anders is dan Nederland. Niets sluit aan op ons verwachtingspatroon. Als je naar dit Tropische Arbeidersparadijs wilt doe je er goed aan je terdege voor te bereiden als je een leuke vakantie wilt. Voor iedereen die naar Cuba gaat heb ik CubaConga geschreven. Dit is een aanvullende reisgids en vertelt je niet ‘waar’ maar ‘HOE’.

Bestel het (iedereen moet ergens van leven, ik ook) lees het en maak je vakantie leuker én goedkoper!

Voor de lol staan er, tussen alle praktische tips door, nog een paar bizarre verhalen in het boek.

Op de bestelpagina hebben we Sowieso een praktische tip voor je die uren gaat besparen op Cuba.

 

 

Sharing is Caring

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *